ECLI:NL:RBUTR:2005:AT2469
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.L. Keijzer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken vergunning Wet consumentenkrediet
In deze zaak staat centraal of een effectenleaseovereenkomst onder de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) valt en daarmee vergunningplichtig is. Dexia sloot met de gedaagde een overeenkomst waarbij aandelen werden geleased met een looptijd van 36 maanden. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst een krediettransactie betreft zoals bedoeld in de WCK, ondanks dat de wetgever effectenleaseconstructies niet expliciet heeft genoemd.
Omdat Dexia ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet beschikte over de vereiste vergunning ex artikel 9 WCK Pro, is de overeenkomst nietig op grond van strijd met een dwingende wetsbepaling. Dit betekent dat de rechtsgrond voor de verrichte prestaties ontbreekt en dat reeds betaalde bedragen als onverschuldigd dienen te worden terugbetaald.
De rechtbank overweegt dat het onaanvaardbaar is dat de nietigheid volledig ten nadele van Dexia komt, omdat de gedaagde het koersrisico van de aandelen heeft kunnen overzien. Daarom blijft een deel van de waardedaling voor rekening van de gedaagde, gelijk aan de daling van de AEX-index gedurende de looptijd van de overeenkomst.
De vordering van Dexia wordt afgewezen, terwijl de reconventionele vordering van de gedaagde tot terugbetaling van betaalde termijnen en rente deels wordt toegewezen. Tevens wordt Dexia veroordeeld om de registratie bij het Bureau Krediet Registratie ongedaan te maken. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomst wordt nietig verklaard wegens ontbreken vergunning WCK; vordering Dexia afgewezen en gedaagde deels toegewezen tot terugbetaling en ongedaanmaking BKR-registratie.