ECLI:NL:RBUTR:2005:AT3906
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontkenning vaderschap ondanks ontkenning biologische band
De moeder heeft tijdig een verzoek tot ontkenning van het vaderschap ingediend, stellende dat de man niet de biologische vader is. De man heeft dit eveneens ontkend en verklaard geen contact met het kind te willen.
De bijzonder curator adviseerde toewijzing van het verzoek, met het oog op het belang van het kind, dat niet gebaat zou zijn bij een juridische vader die geen contact wenst. De moeder wilde echter niet meewerken aan DNA-onderzoek, en de man reageerde niet op uitnodigingen van de curator.
De rechtbank overweegt dat het juridisch vaderschap niet ter vrije beschikking staat van partijen en dat het enkele feit dat beide ouders ontkennen onvoldoende is om het vaderschap te ontkennen. Er is geen bewijs geleverd wie dan wel de biologische vader is. De rechtbank meent dat het kind juist gebaat is bij een juridische vader, ook vanwege financiële verplichtingen.
De angst van de bijzonder curator voor conflicten na echtscheiding deelt de rechtbank niet. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot ontkenning van het vaderschap af.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap wordt afgewezen omdat het juridisch vaderschap niet ter vrije beschikking staat en onvoldoende bewijs is geleverd.