ECLI:NL:RBUTR:2005:AT6643
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. Gerrits-Janssens
- P.M.E. Bernini
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning wildwaterbaan en verbreding Koninginnedijk
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 28 januari 2004, waarbij hun bezwaren tegen de weigering van een vergunning voor het maken en behouden van een wildwaterbaan, ophoging van de Koninginnedijk en bijbehorende activiteiten deels ongegrond en deels gegrond zijn verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de vergunningaanvraag integraal beoordeeld moet worden vanwege de nauwe functionele samenhang tussen de wildwaterbaan en de verbreding van de Koninginnedijk. Verweerder heeft ten onrechte de aanvraag gesplitst en slechts gedeeltelijk vergunning verleend, hetgeen in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres sub a. De weigering was gebaseerd op de beleidslijn 'Ruimte voor de rivier' en de 'nee, tenzij'-benadering, waarbij verweerder onvoldoende zwaarwegend maatschappelijk belang aannam en de locatie als geschikt voor rivierverruiming beschouwde.
Eisers stelden dat het project alleen integraal economisch rendabel is en dat de verbreding van de Koninginnedijk noodzakelijk is voor het functioneren van de wildwaterbaan, inclusief voorzieningen zoals tribunes en verlichting. De rechtbank volgt dit en acht de aanvraag als één geheel te beoordelen.
Het vonnis benadrukt het belang van een zorgvuldige en integrale beoordeling van vergunningaanvragen en corrigeert de onjuiste splitsing door verweerder, waardoor het project onterecht werd gefragmenteerd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.