ECLI:NL:RBUTR:2005:AT8470
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.A. Meertens-Zeeman
- R.A.E. van Noort
- V.M.M. van Amstel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige seksuele handelingen met minderjarige meisjes
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het gedurende een lange periode plegen van meerdere seksuele handelingen met drie meisjes die jonger waren dan zestien jaar, waaronder meisjes onder de twaalf jaar. Verdachte had tevens een seksuele relatie met de moeder van een van de meisjes en bezocht regelmatig haar gezin.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op verschillende momenten seksuele handelingen heeft verricht, waaronder penetratie, met deze minderjarige meisjes. De verdediging voerde aan dat het initiatief van de meisjes uitging en dat sprake was van een voortgezette handeling, maar de rechtbank verwierp deze verweren. De jonge leeftijd van de meisjes maakte dat hun instemming juridisch niet relevant was.
De rechtbank nam de ernst van de feiten, de psychische schade bij de slachtoffers, en het misbruik van vertrouwen en leeftijdsverschil zwaar mee in haar oordeel. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte toerekeningsvatbaar was en geen sprake was van een stoornis.
De straf werd opgelegd op grond van de artikelen 57, 244, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf voor het plegen van seksuele handelingen met minderjarige meisjes.