ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9296

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
13 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
16/604127-05
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51b Wetboek van StrafvorderingArt. 9a Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in zaak dodelijk ongeval na stoeipartij op station

De rechtbank Utrecht heeft op 13 juli 2005 uitspraak gedaan in een strafzaak waarin verdachte werd verdacht van doodslag en dood door schuld. De zaak betrof een stoeipartij tussen verdachte en het slachtoffer op het perron van station Den Dolder, die leidde tot een dodelijk ongeval.

Uit het onderzoek en de terechtzitting bleek dat zowel verdachte als het slachtoffer in dronken toestand verkeerden en op onverantwoorde wijze met elkaar aan het stoeien waren. Dit gedrag heeft uiteindelijk het fatale ongeval veroorzaakt. Hoewel verdachte een verwijt kan worden gemaakt vanwege zijn apathische houding nadat het slachtoffer op de rails was gevallen, acht de rechtbank dit niet voldoende voor een strafrechtelijke veroordeling.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzet had op de dood van het slachtoffer, noch dat sprake was van dood door schuld. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat aan verdachte geen straf of maatregel werd opgelegd. Het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van doodslag en dood door schuld; benadeelde partij niet-ontvankelijk in schadevordering.

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT
Parketnummer : 16/604127-05
Datum uitspraak: 13 juli 2005
Tegenspraak
Raadsman: mr. E.Th. Hummels
G/T: Nee
V O N N I S
van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2005.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Van de dagvaarding is een kopie als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.
Vrijspraak
Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd.
De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De rechtbank heeft hierbij het volgende overwogen:
Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van het onderzoek ter terechtzitting vast dat de dronken staat waarin zowel de verdachte als het slachtoffer, […], verkeerden en de onverantwoorde manier van stoeien met elkaar op het perron van station Den Dolder, heeft geleid tot het dodelijk ongeval.
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de opzet dan wel het voorwaardelijk opzet op de dood van [het slachtoffer] heeft gehad. De verdachte dient derhalve van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Aan verdachte kan wel een verwijt worden gemaakt. Verdachte had, op het moment dat het slachtoffer op de rails was gevallen, direct en anders moeten handelen. Verdachte heeft echter aanvankelijk een min of meer apathische houding aangenomen, wat de rechtbank hem aanrekent.
De rechtbank is evenwel van oordeel dat dit verwijt, hoezeer er ook sprake is van een afschuwelijk gebeuren met fatale afloop voor [het slachtoffer], niet zo ver strekt dat in strafrechtelijk zin sprake is van dood door schuld. De verdachte zal derhalve ook worden vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde.
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij […] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade ten gevolge van het ten laste gelegde feit.
Nu aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing zal vinden, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
DE BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij […] niet ontvankelijk in de vordering.
Heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.
Dit vonnis is gewezen door mrs R.H.M. Jansen, A.J. Smit en N.J. van Weelden- de Ruijter, bijgestaan door mr. K.D.M. Buitenweg als griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 juli 2005.
Mr N.J. van Weelden- de Ruijter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.