ECLI:NL:RBUTR:2005:AU0819
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning uitbreiding woning
Verzoeker maakte bezwaar tegen de bouwvergunning die aan vergunninghouder was verleend voor het gedeeltelijk vergroten van zijn woning aan een adres te De Hoef. Verzoeker stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening, omdat het de bebouwing tot aan de perceelsgrens toestond, wat volgens hem niet was toegestaan.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bestemmingsplan 'De Hoef 1972, 1e herziening 1989' de afstand van bebouwing tot de zijdelingse perceelsgrens regelt en dat de voorschriften van de gemeentelijke bouwverordening op dit punt buiten toepassing blijven volgens artikel 9, eerste lid, van de Woningwet. De bouwvergunning was dan ook terecht verleend omdat geen van de weigeringsgronden uit artikel 44 van Pro de Woningwet zich voordeed.
Verder werd geoordeeld dat de stellingen van verzoeker over privaatrechtelijke aspecten zoals het gebruik van zijn woning als onderdeel van het bouwplan en mogelijke geluidsoverlast niet relevant zijn voor de beoordeling van de vergunning. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.