ECLI:NL:RBUTR:2005:AU1968
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst wegens niet-verleende onvoorwaardelijke bouwvergunning
Partijen sloten op 16 juni 2003 een koopovereenkomst voor een woonhuis met de intentie tot sloop en ontwikkeling van appartementen. In de overeenkomst was een ontbindende voorwaarde opgenomen die het mogelijk maakte de overeenkomst te ontbinden indien uiterlijk 1 september 2004 geen onvoorwaardelijke bouwvergunning was verleend.
HPM stelde zich tijdig op het standpunt dat de bouwvergunning niet zou worden verleend en deed een beroep op de ontbindende voorwaarde. [Eiseres] betwistte dit beroep, stellende dat HPM niet aan haar verplichtingen had voldaan, waaronder het tijdig overleggen van stukken en het verrichten van de nodige inspanningen om de vergunning te verkrijgen.
De rechtbank stelde vast dat HPM wel degelijk inspanningen had verricht, maar dat de gemeente Ommen niet meewerkte aan de planontwikkeling en dat het aanvragen van een bouwvergunning zonder bestemmingsplanwijziging zinloos was. De rechtbank oordeelde dat het beroep op de ontbindende voorwaarde rechtsgeldig was en dat de koopovereenkomst daardoor was ontbonden. De vorderingen van [eiseres] werden afgewezen.
Uitkomst: De koopovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden door HPM vanwege het niet verkrijgen van een onvoorwaardelijke bouwvergunning voor 1 september 2004.