ECLI:NL:RBUTR:2005:AU2299

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
2 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
SBR 05/2132
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 WROArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Belangen niet rechtstreeks betrokken bij besluit plaatsing horeca-a unit door coffeeshop

Het geschil betreft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort om aan coffeeshop De Schommel een tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een horeca-a unit op de locatie Bergenboulevard nabij de C1000.

Verzoeker, woonachtig in de wijk Vathorst, heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting, waarin ook andere zaken werden gevoegd, is vastgesteld dat verzoeker geen direct zicht heeft op het perceel en dat de invloed van de coffeeshop zich niet uitstrekt tot het park tegenover zijn woning.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de belangen van verzoeker niet rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken, waardoor het bezwaarschrift waarschijnlijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Gezien deze omstandigheden is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen of om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Het verzoek om voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector bestuursrecht
Reg. nr.: SBR 05/2132
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht, in het geding tussen:
[verzoeker], wonende te Amersfoort,
verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort,
verweerder.
1. INLEIDING
1.1 Het verzoek heeft betrekking op het besluit van verweerder van 24 juni 2005, waarbij aan coffeeshop De Schommel (hierna: de vergunninghouder) met toepassing van artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) een tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning voor ten hoogste vijf jaar is verleend voor het plaatsen van een horeca-a unit op de locatie Bergenboulevard nabij de C1000, kadastrale aanduiding HLD02, sectie O, nr 217 (hierna: het perceel).
1.2 Het verzoek is op 19 augustus 2005 ter zitting behandeld, gevoegd met de zaken SBR 05/1863 en 05/1752, waar verzoeker in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.A. de Roos en K. Vonk, beiden werkzaam bij de gemeente Amersfoort. De vergunninghouder [belanghebbende] is in persoon ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. D.M. de Bruijn.
2. OVERWEGINGEN
2.1 Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.
2.3 Verzoeker woont in de wijk Vathorst aan de [adres]. Tussen zijn woning en het perceel liggen de Bergenboulevard en een tweede daaraan evenwijdig lopende straat, en de aan de beide straten gelegen huizenblokken. Vanuit zijn woning heeft verzoeker geen zicht op het perceel. Hoewel de aanwezigheid van de coffeeshop wel enige uitstraling op de directe omgeving zal hebben, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden gezegd dat deze - zoals verzoeker heeft aangevoerd - zich zal uitstrekken tot in het tegenover de woning van verzoeker gelegen park. De omstandigheid dat het park via een doorgang tussen de huizen en een bruggetje direct bereikbaar is vanaf de Bergenboulevard maakt dit niet anders. Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van verzoeker niet rechtstreeks bij het bestreden besluit zijn betrokken.
2.4 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen bestaat grond voor de verwachting dat het bezwaarschrift van verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is dan ook geen aanleiding.
2.5 De voorzieningenrechter ziet gelet op hetgeen hiervoor is overwogen evenmin aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen.
3. BESLISSING
De voorzieningenrechter:
3.1 wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Aldus vastgesteld door mr. drs. R. in 't Veld, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2005.
De griffier: De voorzieningenrechter:
mr. S. Meurs mr. drs. R. in 't Veld
Afschrift verzonden aan partijen op: