ECLI:NL:RBUTR:2005:AU2658
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning tankstation binnen Ecologische Hoofdstructuur ondanks bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort verleende op 16 juli 2003 een bouwvergunning voor een tankstation op een perceel gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Eisers maakten bezwaar tegen deze vergunning en het vrijstellingsbesluit van de gemeenteraad, dat noodzakelijk was vanwege strijd met het bestemmingsplan. Na behandeling van het bezwaar en beroep bij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het beroep terugverwezen naar de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van enkele eisers gegrond was omdat zij ten onrechte als belanghebbenden werden aangemerkt voor de bouwvergunning, die zij niet hadden aangevochten. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat het college en de raad terecht uitgingen van de oude WRO voor de vrijstelling en dat de anticipatieprocedure rechtmatig was toegepast. De belangenafweging, mede gezien de verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten en de milieuvergunning, rechtvaardigde de bouw van het tankstation ondanks de ligging in de EHS.
Verder werd overwogen dat de watertoets niet van toepassing was op deze vrijstelling en dat de gestelde waardedaling van woningen geen ruimtelijk relevant belang vormde. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers, maar wees een vergoeding van de kosten in hoger beroep af. De bouwvergunning bleef in stand, met uitzondering van het deel dat betrekking had op eisers die niet ontvankelijk waren verklaard.
Uitkomst: De bouwvergunning voor het tankstation wordt gehandhaafd, behalve voor enkele eisers die niet ontvankelijk waren verklaard; het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.