ECLI:NL:RBUTR:2005:AU6629
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Opheffing opschorting monumentenvergunning Stadsbuitengracht Zocherplantsoen Utrecht
De gemeente Utrecht verleende op 5 april 2005 een monumentenvergunning voor het rijksmonument Stadsbuitengracht, Zocherplantsoen, voor het inrichten van een bouwplaats, het aanleggen van een ondergrondse parkeergarage inclusief fietstransferium en het herinrichten van het plantsoen. Diverse belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar deze werden door het college van burgemeester en wethouders ongegrond verklaard.
Tegen deze besluiten werden beroepen ingesteld bij de rechtbank Utrecht, waardoor de werking van de vergunning werd opgeschort volgens artikel 16, zevende lid, van de Monumentenwet 1988. De vergunninghouder verzocht vervolgens om opheffing van deze opschorting, stellende dat het bouwproces door de opschorting onevenredig werd vertraagd en dat het plan een zorgvuldig compromis vormde tussen monumentenbelangen en gemeentelijk parkeerbeleid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beroepen ongegrond waren en dat het college van burgemeester en wethouders redelijk had gehandeld bij het verlenen van de vergunning. Tevens werd geoordeeld dat de vergunninghouder voldoende aannemelijk had gemaakt dat door de opschorting onevenredig nadeel werd geleden. Daarom werd het verzoek tot opheffing van de opschorting toegewezen en de opschorting opgeheven met ingang van 23 november 2005.
Uitkomst: De opschorting van de monumentenvergunning wordt opgeheven met ingang van 23 november 2005.