ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7468
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over overdracht Ventoux-merken wegens onvoldoende belang
De zaak betreft een geschil tussen een advocaat en zijn vennootschap over de wijze van overdracht van rechten op het Ventoux Benelux- en Gemeenschapsmerk. De advocaat vordert verklaringen voor recht dat deze merken geen registergoederen zijn en rechtsgeldig kunnen worden overgedragen bij onderhandse akte, terwijl de vennootschap stelt dat overdracht via notariële akte vereist is.
De rechtbank oordeelt dat partijen onvoldoende concreet belang hebben bij hun vorderingen, aangezien zij het eens zijn over het beoogde rechtsgevolg van de overdracht en de toepasselijke regelgeving duidelijk voorschrijft dat een onderhandse akte volstaat. De vermeende onzekerheid bestaat slechts in de juridische literatuur en niet in de wet of jurisprudentie.
De rechtbank benadrukt dat partijen vrij zijn om een notariële akte op te maken indien zij dat wensen, maar dat dit niet het geschil kan rechtvaardigen. De proceskosten worden gecompenseerd en elke partij draagt haar eigen kosten. De vorderingen worden daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende concreet belang bij de rechtsvordering.