ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7706
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Binsbergen
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling na frauduleuze overboekingen naar studentenrekening
Op 10 december 2003 zijn zonder toestemming twee bedragen van in totaal €8.790,80 van een en/of-rekening van rekeninghouders overgemaakt naar de studentenrekening van gedaagde. Op dezelfde dag werd bijna het gehele bedrag opgenomen. De bank deed aangifte van oplichting en stelde gedaagde aansprakelijk voor de schade, welke zij betwistte en stelde slachtoffer te zijn van fraude.
De bank vorderde betaling van het bedrag plus rente en incassokosten. De rechtbank stelde vast dat de betalingen onverschuldigd waren en dat de bank de vordering had verkregen door cessie van de rekeninghouders. De vraag was of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was gedaagde tot terugbetaling te verplichten.
Gedaagde voerde aan niet betrokken te zijn geweest bij de overboekingen, niet te goeder trouw te zijn, en dat zij de rekening niet gebruikte. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van gedaagde en oordeelde dat het onaanvaardbaar was haar te verplichten tot terugbetaling van het bedrag dat direct daarna werd opgenomen. Het verschil van €90,80 werd toegewezen met wettelijke rente vanaf dagvaarding. De incassokosten werden afgewezen en de bank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €90,80 met rente, overige vorderingen worden afgewezen.