ECLI:NL:RBUTR:2005:AU9106
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. Bandringa
- G. van Zeben
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-uitkeringsprocedure
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij haar aanvankelijk een WAO-uitkering werd geweigerd. Na meerdere vernietigingen van besluiten door de rechtbank en langdurige procedures nam het UWV uiteindelijk een besluit waarbij een WAO-uitkering werd toegekend met terugwerkende kracht.
De rechtbank constateerde dat de bezwaarprocedure ruim twee jaar duurde en dat de totale procedure bijna vier jaar in beslag nam, waarbij het UWV niet in staat was een redelijke termijn aan te houden. Dit leidde tot aanzienlijke spanning en frustratie bij eiseres.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aansprakelijk is voor immateriële schade door de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Hoewel het UWV een norm van € 60 per maand hanteerde, vond de rechtbank een hogere vergoeding passend en stelde de immateriële schadevergoeding vast op € 2.000.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand, waarmee de toekenning van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.000 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure.