ECLI:NL:RBUTR:2005:AV2699
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en strijd met artikel 71a WAO
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de loondoorbetalingsverplichting jegens haar werkneemster met vier maanden te verlengen vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen, met name het niet tijdig inzetten van het tweede spoor.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres ernstig nalatig was door het tweede spoor niet tijdig te starten, wat leidde tot een loonsanctie van vier maanden. Eiseres voerde aan dat de sanctie onevenredig was en dat zij niet de gelegenheid had gekregen het re-integratieverslag aan te vullen, zoals vereist volgens artikel 71a, achtste lid, WAO.
De rechtbank oordeelt dat het UWV niet heeft voldaan aan de verplichting om eiseres de mogelijkheid te geven de motivering aan te vullen, waardoor het besluit in strijd is met artikel 71a, achtste en negende lid, WAO. Tevens is de standaardsanctie van vier maanden niet passend, omdat herstelperioden kunnen variëren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, vergoedt het betaalde griffierecht aan eiseres en veroordeelt het UWV in de proceskosten van €644,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting met vier maanden wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.