ECLI:NL:RBUTR:2006:AV2984
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- H. Maaijen
- R.P. den Otter
- Rechtspraak.nl
Schorsing kapvergunning wegens onvoldoende objectieve bepaling gebruiksvoorwaarde
Verzoekers, waaronder een groep bewoners van Utrecht, stelden bezwaar tegen de kapvergunning voor 192 bomen die was verleend voor de reconstructie van het 24 Oktoberplein. De vergunninghouder is de Dienst Stadsbeheer van de gemeente Utrecht. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 8 november 2005 waarbij het bezwaar van verzoekers werd afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een aantal verzoekers niet-ontvankelijk was omdat zij niet op controleerbare wijze hun bezwaar hadden ingediend, zoals vereist volgens de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast werd geoordeeld dat alleen personen die op geringe afstand van de bomen wonen of direct zicht hebben op de bomen als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Verzoekers die niet aan deze criteria voldeden, werden terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Verder werd vastgesteld dat de gemeente de monumentale waarde van de bomen zorgvuldig had onderzocht en gewogen. Wel was de voorwaarde in de kapvergunning dat de kap pas mocht plaatsvinden indien voldoende vaststond dat de herinrichting daadwerkelijk zou plaatsvinden, onvoldoende objectief bepaalbaar. Dit leidde tot de conclusie dat de kapvergunning geschorst moest worden totdat duidelijkheid bestond over de uitvoering van de reconstructie.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe voor de meeste verzoekers, schorste de besluiten op bezwaar en het oorspronkelijke besluit van 13 juni 2005, en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van verzoekers.
Uitkomst: De kapvergunning wordt geschorst vanwege onvoldoende objectieve bepaling van de gebruiksvoorwaarde.