ECLI:NL:RBUTR:2006:AV3805
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.L. Keijzer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid SprintPlan-overeenkomst wegens ontbreken vergunning WCK met gedeeltelijke compensatie waardedaling
De rechtbank Utrecht heeft op 8 maart 2006 geoordeeld over de geldigheid van een SprintPlan-overeenkomst tussen eiseres en Spaarbeleg. De kantonrechter stelde vast dat de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) van toepassing is op de overeenkomst, maar dat Spaarbeleg ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet beschikte over de vereiste vergunning als bedoeld in artikel 9 WCK Pro. Hierdoor is de overeenkomst nietig.
De nietigheid leidt ertoe dat de rechtsgrond voor de verrichte prestaties ontbreekt en dat betalingen in beginsel onverschuldigd zijn en dienen te worden terugbetaald. De rechtbank oordeelde dat de aangekochte participaties voor rekening van Spaarbeleg blijven en dat Spaarbeleg de door eiseres betaalde rente moet terugbetalen.
Echter, vanwege het feit dat eiseres bewust het koersrisico van de participaties heeft aanvaard, is het onaanvaardbaar om de overeenkomst volledig met terugwerkende kracht ten nadele van Spaarbeleg te vernietigen. Daarom blijft een deel van de waardedaling voor rekening van eiseres, gelijk aan de waardedaling van het Aegon GarantieFonds gedurende de looptijd van de overeenkomst.
De rechtbank veroordeelde Spaarbeleg tot betaling van een bedrag van €3.675,63, vermeerderd met wettelijke rente, met aftrek van het bedrag dat overeenkomt met de waardedaling van het Aegon GarantieFonds. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De overeenkomst is nietig wegens ontbreken vergunning WCK, maar Spaarbeleg moet een bedrag betalen verminderd met de waardedaling van het Aegon GarantieFonds.