ECLI:NL:RBUTR:2006:AV6402
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S.D. de Weerd
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet correct zichtbaar plaatsen parkeervergunning
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het parkeren zonder zichtbaar kaartje uit de parkeerautomaat in een betaald parkeergebied. Zij had weliswaar een parkeervergunning, maar deze was niet op de voorgeschreven wijze achter de voorruit van haar auto geplaatst, maar lag op de voorstoel. Eiseres toonde de vergunning wel aan de parkeercontroleurs tijdens het bekeuren, die haar adviseerden bezwaar te maken.
De rechtbank stelt vast dat de voorwaarden van de parkeervergunning schriftelijk kenbaar zijn gemaakt, waaronder de eis dat de vergunning duidelijk zichtbaar en leesbaar achter de voorruit moet zijn aangebracht. Parkeren in strijd met deze voorwaarden wordt gelijkgesteld met parkeren zonder vergunning.
Omdat eiseres erkent dat zij niet aan deze zichtbaarheidseis voldeed, is geen sprake van parkeren met vergunning. Het tonen van de vergunning na constatering maakt dit niet anders. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen aanwijzingen zijn dat de controleurs toezeggingen hebben gedaan die door het bevoegde orgaan rechtens kunnen worden gehonoreerd.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. Verweerder wordt niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.