ECLI:NL:RBUTR:2006:AV6402
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.S.D. de Weerd
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting en de vereisten voor zichtbaarheid van parkeervergunning
In deze zaak gaat het om een beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die aan eiseres is opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwegein. De naheffingsaanslag van € 46,75 is opgelegd omdat eiseres op 30 juni 2005 haar auto had geparkeerd in een betaald parkeergebied zonder dat de parkeervergunning zichtbaar en leesbaar achter de voorruit was geplaatst. Eiseres had weliswaar de parkeervergunning op de voorstoel van haar auto liggen, maar dit voldeed niet aan de vereisten zoals gesteld in de Parkeerbelastingverordening 2005. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vergunning duidelijk zichtbaar en leesbaar achter de voorruit moet zijn aangebracht, en dat het niet voldoen aan deze voorwaarde betekent dat er sprake is van parkeren zonder vergunning.
Eiseres heeft aangevoerd dat de parkeercontroleurs haar hadden geadviseerd om bezwaar aan te tekenen, omdat de computergegevens op dat moment niet meer konden worden verwijderd. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de omstandigheden van het geval niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres erkent dat zij de parkeervergunning niet op de voorgeschreven wijze had geplaatst, en dat dit in strijd is met de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden. De rechtbank heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Utrecht op 22 maart 2006. Eiseres kan binnen zes weken na de verzenddatum van de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam of beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.