ECLI:NL:RBUTR:2006:AV6453
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en causale verband bij whiplash na verkeersongeval
Op 9 oktober 1997 raakte eiseres betrokken bij een verkeersongeval waarbij haar stilstaande auto van achteren werd aangereden. Zij stelde sindsdien nek-, hoofd- en rugklachten te hebben ontwikkeld, waarvoor zij medische behandeling onderging en volledig arbeidsongeschikt werd verklaard. De aansprakelijkheid van de verzekeraar Stad Rotterdam voor het ongeval werd erkend.
De kern van het geschil betrof het causale verband tussen het ongeval en de door eiseres gestelde klachten en beperkingen. Deskundigen stelden dat de pijnklachten verklaard konden worden vanuit een myotendinogeen pijnsyndroom en dat eiseres ook zonder het ongeval vroeg of laat klachten zou hebben gekregen. De rechtbank oordeelde echter dat het oordeel onvoldoende specifiek was en dat de nekklachten na het ongeval vooral zijn ontstaan.
De rechtbank nam het standpunt in dat niet alleen objectiveerbare afwijkingen beperkingen kunnen rechtvaardigen, maar ook subjectieve klachten die objectief aan de hand van feiten vast te stellen zijn. De verklaring voor recht dat Stad Rotterdam aansprakelijk is voor het letsel werd daarom toegewezen. De verdere beoordeling van de schadevergoeding werd aangehouden en partijen kregen gelegenheid tot nadere onderbouwing en eventueel een comparitie van partijen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart voor recht dat Stad Rotterdam aansprakelijk is voor het door eiseres geleden letsel en houdt verdere beslissing over schadevergoeding aan.