ECLI:NL:RBUTR:2006:AV7875
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. den Otter
- A.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing gemeentemedewerker wegens onderzoek naar vermoedelijke fraude
De rechtbank Utrecht behandelde het beroep van een gemeentemedewerker die geschorst was in het kader van een onderzoek naar vermoedelijke fraude en corruptie binnen de gemeentelijke organisatie. De schorsing was gekoppeld aan het onderzoek dat door een bedrijfsrecherche was ingesteld en later door de rijksrecherche werd overgenomen.
De medewerker had geweigerd een factuur van een bouwbedrijf te overleggen dat privé werkzaamheden voor hem had verricht, ondanks het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid van de medewerker kon verlangen dat hij deze factuur overlegt, mede gezien zijn leidinggevende positie en het belang van het onderzoek.
Verder werd overwogen dat de medewerker voldoende op de hoogte was van de mogelijke rechtspositionele maatregelen, waaronder schorsing, en dat de schorsing gerechtvaardigd was in het belang van de dienst vanwege de vertrouwensbreuk en de gevoeligheid van het onderzoek binnen de afdeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de schorsing bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de schorsing van de gemeentemedewerker wegens weigering tot medewerking aan het onderzoek.