ECLI:NL:RBUTR:2006:AW1814
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- M.S.D. de Weerd
- M.H.F. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kapvergunning ProRail voor keerspoor in Veenendaal
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een kapvergunning verleend aan ProRail voor het kappen van 29 berken en 3 esdoorns in Veenendaal ten behoeve van de realisatie van een keerspoor. Verzoeker betoogde dat de kapvergunning onrechtmatig was verleend en dat het kappen zijn uitzicht nadelig beïnvloedde. Tevens stelde hij dat de vergunning onterecht werd verleend voordat de vrijstellingsprocedure op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening onherroepelijk was.
De voorzieningenrechter overwoog dat de kapvergunning is verleend binnen het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Veenendaal, waarbij het belang van het landelijke project Randstadspoor en de noodzaak van het keerspoor zwaarder mochten wegen dan het individuele uitzichtbelang. Daarbij is ook meegewogen dat de kap wordt gecompenseerd door een herplantplicht en dat niet alle bomen worden gekapt.
Verder werd vastgesteld dat het ontbreken van een onherroepelijke vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro niet betekent dat de kapvergunning niet verleend kon worden. De grief dat de vergunninghouder al vóór het verstrijken van de bezwaartermijn met kappen was begonnen, werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet tot het geschil behoorde.
Gelet op deze belangenafweging en de motivering van het besluit, concludeerde de voorzieningenrechter dat geen spoedeisend belang bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning is afgewezen omdat het belang van het Randstadspoorproject zwaarder weegt dan het uitzichtbelang van verzoeker.