ECLI:NL:RBUTR:2006:AW2045
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Delissen
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na vernietiging bezwaar gemeente
Eiser betwist de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2003 en voert aan dat de waardebepaling onjuist is vanwege onjuiste gegevens en onvoldoende rekening houden met verschillen met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gebruikte referentiewoningen vergelijkbaar zijn en dat de vraagprijzen als onderbouwing onvoldoende concreet zijn, mede doordat deze ver van de peildatum liggen.
De rechtbank stelt vast dat de door eiser aangevoerde waarde niet onredelijk is, mede gelet op de aankoopprijs van een vergelijkbare woning in 2001 en de marktontwikkelingen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het besluit van de gemeente, stelt zelf de WOZ-waarde vast op €625.000 en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 13 april 2006.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €625.000 en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.