ECLI:NL:RBUTR:2006:AX7926
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J.H. van Meegen
- W.B. Lakeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over kostenberekening Wet WOZ 1999-2002 wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing kasstelsel
De gemeente Lopik stelde beroep in tegen het besluit van de Waarderingskamer waarin haar kostenberekening voor de uitvoering van de Wet WOZ over 1999 tot en met 2002 werd geaccordeerd tot een lager bedrag dan opgegeven. De gemeente voerde aan dat de toepassing van het kasstelsel onjuist was, het gehanteerde uurtarief te laag, en dat de toegepaste korting bij de berekening van maximaal redelijke kosten onterecht was vanwege bijzondere omstandigheden zoals ruilverkaveling en een uitgestrekt platteland.
De rechtbank oordeelde dat het gehanteerde uurtarief redelijk was en dat de Waarderingskamer niet onredelijk had gehandeld bij de beoordeling hiervan. Wel stelde de rechtbank vast dat de Waarderingskamer onvoldoende aandacht had besteed aan de door de gemeente aangevoerde bijzondere omstandigheden die extra werkzaamheden rechtvaardigen. Hierdoor voldeed het besluit niet aan de motiveringsvereisten van artikel 3:2 Awb Pro.
Daarnaast werd geoordeeld dat de Waarderingskamer ten onrechte een factuur van eind 2002 buiten beschouwing had gelaten, terwijl het redelijk was dat deze pas in 2003 betaald kon worden. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en bepaalde dat de Waarderingskamer binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werden de proceskosten aan de gemeente toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Waarderingskamer wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het kasstelsel.