ECLI:NL:RBUTR:2006:AX7966
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.B. Lakeman
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid gemaakte WOZ-waarderingskosten en toepassing vangnetregeling
De gemeente IJsselstein heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Waarderingskamer waarin de berekening van de gemaakte kosten voor de WOZ-waardering over 1999 tot en met 2002 deels werd geaccordeerd. De gemeente maakte bezwaar tegen het gehanteerde beoordelingssysteem, de vergelijking met andere gemeenten, het niet meenemen van interne organisatie- en opleidingskosten, en het toegepaste uurtarief.
De rechtbank overweegt dat de Wet WOZ en het Uitvoeringsbesluit een vangnetregeling bevatten waarbij kosten die meer dan 2,5% afwijken van de norm onder voorwaarden worden verrekend. De Waarderingskamer heeft een beoordelingssysteem opgezet met benchmarking van acht gemeenten, wat de rechtbank als een verantwoorde methode beschouwt. De bezwaren tegen de vergelijking blijven onbesproken omdat deze geen gevolgen had voor de kostenverrekening.
Verder oordeelt de rechtbank dat interne organisatie- en opleidingskosten niet als specifieke waarderingskosten gelden en dus niet in de verrekening kunnen worden meegenomen. Ook het gehanteerde uurtarief, gebaseerd op een gemiddelde van 140 gemeenten, wordt als redelijk beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de kostenberekening van de Waarderingskamer bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente tegen de gehanteerde systematiek en kostenberekening voor WOZ-waarderingskosten wordt ongegrond verklaard.