ECLI:NL:RBUTR:2006:AY3932
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- G. Delissen
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking en weigering horecavergunningen op grond van Wet BIBOB
Verzoeker, exploitant van een horecagelegenheid in Houten, kreeg op 10 april 2006 zijn drank- en horecavergunning ingetrokken en zijn aanvraag voor een speelautomatenvergunning geweigerd. Deze besluiten waren gebaseerd op een BIBOB-onderzoek dat een ernstig gevaar vaststelde dat de vergunningen mede zouden worden gebruikt voor strafbare feiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerders voldoende aanleiding hadden om het BIBOB-onderzoek in te stellen en dat het advies van Bureau BIBOB zorgvuldig tot stand was gekomen. Verzoeker had onvoldoende informatie verstrekt over de financiering en zeggenschap van zijn onderneming, wat eveneens als ernstig gevaar werd aangemerkt.
Hoewel verzoeker stelde dat de besluiten op onjuiste gronden waren genomen en dat slechts geruchten aan het onderzoek ten grondslag lagen, vond de rechter dat er concrete aanwijzingen waren, waaronder een vermoeden van belastingfraude en een relatie met een veroordeelde boekhouder. De evenredigheidstoets was nog niet uitgevoerd, maar dit vormde geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen, mede omdat de exploitatievergunning niet was ingetrokken en de onderneming open mocht blijven.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tegen de intrekking en weigering van de vergunningen wordt afgewezen.