ECLI:NL:RBUTR:2006:AY5200
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing schorsing wegens onzorgvuldig tuchtrechtelijk proces
Eiser, lid van een voetbalvereniging, werd door de KNVB geschorst voor twee jaar wegens het slaan van een tegenstander met letsel tot gevolg. Eiser stelde dat de schorsing onterecht was opgelegd omdat de tuchtprocedure niet eerlijk en zorgvuldig was verlopen, met name door het ontbreken van hoor en wederhoor. De voorzieningenrechter en het hof hadden eerder vastgesteld dat de tuchtprocedure niet aan deze fundamentele eisen voldeed.
Eiser vorderde in de civiele procedure opheffing of beperking van de schorsing en immateriële schadevergoeding vanwege het onrechtmatig handelen van de KNVB. De KNVB voerde verweer dat de civiele rechter niet bevoegd is om inhoudelijk op de tuchtbeslissing te toetsen en dat de schending van hoor en wederhoor niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid.
De rechtbank stelde vast dat de tuchtprocedure inderdaad niet zorgvuldig was verlopen en dat de KNVB dit oordeel respecteert. Echter, de rechtbank kan niet inhoudelijk toetsen of de schorsing terecht is opgelegd omdat de tuchtprocedure niet is herhaald. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke feitelijke basis voor een inhoudelijke beoordeling. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen, inclusief de schadevergoeding. De rechtbank benadrukt het belang van een eerlijk tuchtrechtelijk proces en wijst op het ontbreken van een regeling voor hernieuwde procedures in het reglement.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat de civiele rechter de inhoudelijke toetsing van de schorsing niet kan uitvoeren zonder herhaling van de tuchtprocedure.