ECLI:NL:RBUTR:2006:AY9796
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. Kruijff-Bronsing
- A.G. Bakker
- F.L. Muskens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en gedeeltelijke veroordeling voor bezit en verspreiding kinderporno
De rechtbank Utrecht behandelde op 10 oktober 2006 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het bezit en verspreiden van kinderporno. De dagvaarding werd deels nietig verklaard vanwege onduidelijke feitelijke omschrijvingen en niet-naleving van de toen geldende wettelijke bepalingen.
De verdachte werd vrijgesproken van de feiten waarbij heimelijk opgenomen beelden in kleedkamers betrokken waren, omdat deze beelden niet als kinderporno konden worden gekwalificeerd en er geen sprake was van dwang of bewustzijn van de gefilmde personen. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte in bezit was van en verspreiding gaf aan kinderporno, waaronder filmfragmenten en plaatjes van minderjarigen, wat een gewoonte was geworden.
De rechtbank nam een psychologisch rapport mee dat stelde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was. De straf werd vastgesteld op 196 dagen gevangenisstraf waarvan 160 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur. Daarnaast werden diverse in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer. De verdachte kreeg ook bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder gedragsaanwijzingen en geen contact met minderjarigen in verenigingsverband.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 196 dagen en een taakstraf van 180 uur voor bezit en verspreiding van kinderporno, met vrijspraak voor overige feiten.