ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ0728
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- G. Delissen
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontruiming woonwagenstandplaats zonder vergunning
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente om het gebruik van een woonwagenstandplaats te beëindigen en ontruimd te houden, omdat de huisvestingsvergunning was komen te vervallen. De vergunning was verleend aan de ex-partner van verzoeker voor het gehele gezin, maar na keuze voor een woning kwam de vergunning voor de standplaats te vervallen.
Verzoeker gebruikte de standplaats zonder vergunning, waarop verweerder terecht ontruiming gelastte. Verzoeker stelde dat hij vanwege de zorg voor minderjarige kinderen recht had op toewijzing van de standplaats, maar dit werd afgewezen. Onderzoek door een arbeidsmedisch adviesbureau toonde aan dat de moeder in staat was voor de kinderen te zorgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de standplaats terecht was toegewezen aan een andere kandidaat met een langere inschrijfduur en dat verzoeker geen urgentie had gekregen. Gezien het belang van de kinderen en de bereidheid van verweerder om naar een oplossing te zoeken, zag de rechter geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot ontruiming van de woonwagenstandplaats wordt afgewezen.