ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ2231
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- M.E. Companjen
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanwijzing van twaalf stalen boogbruggen als gezamenlijk monument
De Stichting Boogbrug Vianen verzocht de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om twaalf stalen boogbruggen, gebouwd in het kader van het Rijkswegenplan 1927, als één gezamenlijk beschermd monument aan te wijzen. Dit verzoek werd afgewezen omdat de Monumentenwet 1988 alleen individuele monumenten kent en niet het begrip complex als één monument. De bruggen liggen verspreid over Nederland en vormen geen visuele of ruimtelijke eenheid.
De Stichting voerde aan dat jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het aanwijzen van een complex wel toestaat en dat de bruggen samen een monumentale waarde hebben. Tevens stelde zij dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd en dat er positieve adviezen waren genegeerd. De rechtbank oordeelde echter dat de wet en het stelsel daarvan geen ruimte bieden voor een gezamenlijke aanwijzing van de bruggen als monument.
Ten aanzien van de brug over de Waal bij Zaltbommel was al onherroepelijk beslist dat deze geen monumentale status heeft, waardoor geen nieuw advies nodig was. De rechtbank concludeerde dat het verzoek om de twaalf bruggen als één monument aan te merken geen schorsende werking heeft en dat de Staat gerechtigd is tot sloop van de bruggen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de sloop van de bruggen kan doorgaan.