ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ2623
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting onder garantieovereenkomst tussen NHO en Agritech
Partijen sloten op 7 november 2002 een garantieovereenkomst waarbij Agritech zich onvoorwaardelijk garant stelde voor maximaal 50% van de vordering van NHO op Löwenbäcker GmbH. Na het faillissement van Löwenbäcker vorderde NHO betaling van Agritech op grond van deze garantie. Agritech betwistte de omvang en het moment van betaling, stellende dat betaling pas verschuldigd zou zijn na uitputting van andere zekerheden.
De rechtbank stelde vast dat Nederlands recht van toepassing is en dat de overeenkomst inhoudelijk inhoudt dat Agritech op eerste schriftelijk verzoek zonder bewijs van verschuldigdheid tot betaling is gehouden tot maximaal 50% van de vordering van NHO op Löwenbäcker op het moment van het verzoek. De stelling van Agritech dat betaling pas na uitwinning van andere zekerheden verschuldigd zou zijn, werd verworpen omdat dit niet strookt met de tekst en bedoeling van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat Agritech EUR 723.778,30 moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente over de juiste perioden. De vordering van NHO voor buitengerechtelijke kosten werd afgewezen, evenals de reconventionele vorderingen van Agritech tot opheffing van beslagen en schadevergoeding. Agritech werd veroordeeld in beslag- en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Agritech wordt veroordeeld tot betaling van EUR 723.778,30 plus rente, beslagkosten en proceskosten aan NHO.