ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ2884
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F. Bueno
- A.C. van den Boogaard
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens moord ondanks verminderd toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Utrecht heeft op 22 november 2006 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte wordt verdacht van moord op zijn vrouw. Het slachtoffer kampte met ernstige gezondheidsproblemen en uitte meerdere malen een doodswens. Verdachte heeft haar uiteindelijk met een mes verwond, waarna zij overleed.
De rechtbank concludeert dat het uitdrukkelijke en ernstige verlangen tot levensbeëindiging door het slachtoffer niet ondubbelzinnig en duurzaam is aangetoond. De hulp bij zelfdoding kan niet worden bewezen omdat het slachtoffer zelf geen handelingen heeft verricht die tot haar overlijden leidden. Verdachte heeft impulsief en overrompelend gehandeld, zonder kalm overleg of bedaard nadenken, hetgeen de kwalificatie moord rechtvaardigt.
Psychologisch onderzoek wijst op een verminderd toerekeningsvatbare verdachte met een persoonlijkheidsstoornis en gestoorde realiteitstoetsing. Desondanks is hij strafbaar en wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheden, waaronder de impact van de beelden van het overlijden op verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 2 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor moord op zijn vrouw met verminderd toerekeningsvatbaarheid.