ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ2958
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Wassing
- A.J.P. Schotman
- N.V.M. Gehlen
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na oplichting en valsheid in geschrift
De rechtbank Utrecht behandelde op 23 november 2006 een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de veroordeelde, die was veroordeeld voor meervoudige oplichting, poging tot oplichting en opzettelijk gebruik van vals geschrift in de periode van april 2003 tot augustus 2005.
De officier van justitie vorderde een ontnemingsmaatregel tot een maximumbedrag van €297.985,11. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €292.689,61, na aftrek van reeds toegewezen vorderingen van benadeelde partijen.
De veroordeelde voerde aan dat hij niet draagkrachtig was om het gehele bedrag te voldoen, onder meer vanwege schulden en een aflossingsvrije hypotheek. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en stelde de betalingsverplichting vast op €100.000, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en verwachte draagkracht.
De maatregel werd opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €100.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.