ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ2974
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwvergunning voor woning met overschrijding inhoudsnorm in strijd met ruimtelijke onderbouwing
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van 29 augustus 2006 waarbij vrijstelling en een bouwvergunning eerste fase zijn verleend voor het herbouwen van een woning met garage/berging op een perceel met bestemming tuincentrum.
Verzoeker betoogt dat de woninginhoud met 990 m³ ruim boven de toegestane 800 m³ uitkomt en dat de ruimtelijke onderbouwing ontbreekt. Tevens vreest hij overlast en schade door het heien van de fundering. De gemeente heeft de vergunning verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO, waarbij een vrijstelling is toegestaan binnen bepaalde categorieën, mits het project geen ingrijpende effecten op de omgeving heeft.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de woninginhoud niet voldoet aan de in het besluit genoemde norm en dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende is om het grotere volume te rechtvaardigen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de woning geen ingrijpend effect op de omgeving heeft. De vrees voor overlast wordt deels ondervangen door voorwaarden in de vergunning.
Gelet hierop wordt het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar van verzoeker. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een goede ruimtelijke onderbouwing en zorgvuldige toetsing bij afwijkingen van bestemmingsplannen.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de bouwvergunning wordt geschorst vanwege onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en overschrijding van de inhoudsmaat.