ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ4989
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking standplaatsvergunning in strijd met rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel
Eiser had een standplaatsvergunning voor een locatie aan de Kruideniersweg te IJsselstein, verleend in 2002 voor onbepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning in 2004 in, naar aanleiding van een verzoek van de winkeliersvereniging vanwege parkeerdruk en beleid. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de intrekking geen juridische grondslag had en dat hij schade leed door het besluit.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking niet op goede gronden was gebaseerd. De vergunning was niet abusievelijk verleend en het standplaatsenbeleid stond het verlenen van de vergunning niet zonder meer in de weg. Verweerder had onvoldoende belangenafweging gemaakt en de belangen van eiser onvoldoende meegewogen, terwijl eiser investeringen had gedaan in vertrouwen op de vergunning.
De rechtbank stelde vast dat de intrekking in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. De schadevergoeding van €700 was onvoldoende. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 29 juni 2004, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de standplaatsvergunning en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten.