ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ5227
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over voorkeursrecht erfpacht landgoed Haarzuilens
De zaak betreft een geschil tussen meerdere erfpachters en de eigenaar van het landgoed Haarzuilens over de nakoming van een voorkeursrecht bij verkoop van percelen die in erfpacht zijn uitgegeven. De erfpachters vorderen dat de eigenaar hen schriftelijk te koop aanbiedt de percelen conform de erfpachtvoorwaarden, en dat hij wordt veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten.
De eigenaar voert een exceptie van onbevoegdheid aan, stellende dat het voorkeursrecht een persoonlijk recht is en niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Nederlandse rechter valt op grond van artikel 22 sub Pro 1 EEX-Vo. De rechtbank oordeelt dat, ook als dat zo zou zijn, de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 5 lid 1 sub a EEX Pro-Vo omdat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, namelijk het voorkeursrecht, een verbintenis uit overeenkomst is die in Nederland moet worden uitgevoerd.
De rechtbank wijst de exceptie van onbevoegdheid af en beveelt een comparitie om de standpunten nader te bespreken en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Tevens wordt de eigenaar veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt voortgezet met een zitting gepland op 22 maart 2007.
Uitkomst: De rechtbank wijst de exceptie van onbevoegdheid af en verklaart zich bevoegd kennis te nemen van het geschil.