ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ5400
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Phaff
- F.M.D. Aardema
- I. Bruna
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag en mishandeling met verwerping noodweerverweer
De rechtbank Utrecht heeft op 29 december 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met een mes op het slachtoffer had ingestoken, waarbij zij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer op een vitale plek geraakt zou worden. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte het slachtoffer met een schaar mishandelde.
Verdachte voerde een noodweerverweer aan, stellende dat zij handelde uit zelfverdediging na een duw van het slachtoffer. De rechtbank verwierp dit verweer omdat een duw niet kwalificeert als een wederrechtelijke aanval die een noodzakelijke verdediging rechtvaardigt. Ook was er geen sprake van een psychiatrische stoornis die het handelen van verdachte zou kunnen rechtvaardigen; het zogenaamde battered womansyndroom werd wel erkend, maar niet in die mate dat zij geen controle had over haar handelen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een contactverbod opgelegd. De straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, mede vanwege het minder ernstige letsel dan mogelijk verwacht kon worden en het problematische verleden van verdachte. De rechtbank achtte een behandeling en reclasseringstoezicht passend.
De bewezenverklaring betrof de feiten van poging tot doodslag, bedreiging en mishandeling, terwijl een ander ten laste gelegd feit werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd en de opgelegde straf houdt rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met contactverbod; noodweerverweer is verworpen.