ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ5609
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering naturalisatie wegens vermeend gevaar voor openbare orde niet redelijk gemotiveerd
Eiser, een Libische nationaliteit dragende student die sinds 1991 in Nederland woont, verzocht in 2002 om naturalisatie. Dit verzoek werd geweigerd op grond van ernstige vermoedens dat hij een gevaar zou vormen voor de openbare orde en veiligheid, mede vanwege de activiteiten van zijn vader die als ongewenst werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde dat de activiteiten van de vader niet zonder meer op eiser konden worden betrokken en dat contact met familie in het land van herkomst niet automatisch een veiligheidsrisico inhoudt. Verweerder had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser onder invloed van zijn vader stond of zelf een gevaar vormde.
Voorts oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte aansluiting zocht bij het Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 3.77, terwijl de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) geen vergelijkbare grondslagen kent. Ook ontbrak enig strafrechtelijk onderzoek of proces-verbaal tegen eiser.
De rechtbank stelde vast dat de motivering van de weigering niet voldeed aan de eisen van artikel 7:12 Awb Pro en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van naturalisatie wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing en ondeugdelijke motivering.