ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ8726
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende overtuigend bewijs ontucht met minderjarige
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met een minderjarige rond de jaarwisseling 2004/2005. Verdachte erkende een enkele kus en het contact in een afgesloten kantoortje, maar ontkende verdere ontuchtige handelingen. De aangifte kwam van het minderjarige meisje, dat sociaal-emotionele problemen heeft.
De rechtbank vond dat er wettig bewijs was, waaronder verklaringen van de aangeefster, haar zus en een oudere vriendin, maar het bewijs was niet overtuigend. De verklaringen van de aangeefster waren inconsistent en misten details over de ontuchtige handelingen en omstandigheden. De verklaring van de vriendin week af van die van de aangeefster, en verdachte ontkende de ernstiger beschuldigingen.
Daarnaast ontbrak objectief steunbewijs buiten de verklaringen van de aangeefster en haar omgeving. Het contact in het afgesloten kantoortje werd ook verklaard als gesprekken over persoonlijke problemen, wat niet per se ongeoorloofd was. Gezien het geheel van het dossier was de rechtbank onvoldoende overtuigd van schuld en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige.