ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ7246
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling servicekosten en huurgarantie voor leegstaande delen onroerende zaak
In deze civiele procedure tussen ING Real Estate Investment Management B.V. en [gedaagde] staat de uitleg van de term 'servicekosten' en de toepassing van een huurgarantie centraal. ING vordert betaling van servicekosten voor de leegstaande gedeelten van een onroerende zaak gedurende twee jaar na levering.
De rechtbank oordeelt dat de servicekosten bestaan uit diverse posten zoals gas-, water- en elektriciteitsverbruik, onderhoud, schoonmaak en administratiekosten. Voor gas en elektriciteit geldt dat deze kosten volgens de huurovereenkomst via tussenmeters naar verbruik aan huurders worden doorberekend, maar deze meters zijn niet geplaatst. Daarom kan het verbruik voor leegstaande delen niet worden vastgesteld en is vergoeding op basis van oppervlakte niet gerechtvaardigd.
De rechtbank wijst de vordering van ING voor gas en elektriciteit af wegens onvoldoende onderbouwing. Voor de overige servicekosten wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van het naar rato van leegstand berekende bedrag van €31.937,60 over 2003 en 2004, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 april 2005. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. [Gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €31.937,60 aan servicekosten exclusief gas en elektriciteit, met wettelijke rente vanaf 8 april 2005.