ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ7828
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch. van Linschoten
- A.M.M.E. Doekes
- A.J.P. Schotman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende overtuigend bewijs van aanranding binnen GGZ-instelling
Op 19 april 2006 werd verdachte ervan verdacht [aangeefster] meerdere keren ongewenst te hebben aangeraakt binnen een GGZ-instelling. Verdachte erkende het aanraken van de schouder, maar ontkende verdergaande handelingen.
Getuigen bevestigden dat verdachte en aangeefster op de gang waren en dat aangeefster ontdaan en emotioneel was na het incident. Echter, het bewijs bleef beperkt tot verklaringen van de aangeefster en haar directe omgeving, zonder objectief steunbewijs van onafhankelijke bronnen.
De rechtbank overwoog dat hoewel wettig bewijs aanwezig was, het niet overtuigend genoeg was om verdachte schuldig te verklaren. De consistentie van de verklaring van verdachte en het ontbreken van onomstotelijk bewijs leidden tot vrijspraak. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van het ten laste gelegde feit.