ECLI:NL:RBUTR:2007:BA3038
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevelen wegens verbeurde dwangsommen en bestuursdwang bij opslag gevaarlijke stoffen
De zaak betreft een verzet van twee besloten vennootschappen tegen dwangbevelen die zijn uitgevaardigd wegens het niet naleven van dwangsombeschikkingen en een bestuursdwangbeschikking van de gemeente Utrecht. Deze beschikkingen hadden betrekking op de opslag van gevaarlijke chemische stoffen in een pand aan de Hyperonenweg, waarbij ernstige overtredingen van milieuregels werden vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat tegen de dwangsombeschikkingen en bestuursdwangbeschikking geen bezwaar is gemaakt, waardoor deze besluiten formeel rechtsgeldig zijn. De stellingen van eiseressen dat zij niet verantwoordelijk zouden zijn of onvoldoende tijd hadden gekregen, worden verworpen. De overtredingen zijn geconstateerd en de gemeente heeft de bestuursdwang toegepast om acuut gevaar te verwijderen.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de dwangsommen terecht zijn verbeurd en of de kosten van de bestuursdwang correct zijn gespecificeerd. De rechtbank oordeelt dat de dwangsommen terecht zijn opgelegd, maar dat de kosten van de bestuursdwang deels onduidelijk zijn verdeeld over werkzaamheden op verschillende data. Daarom wordt het verzet gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op kosten die niet direct aan de bestuursdwang kunnen worden toegerekend.
De gemeente krijgt de gelegenheid om nadere opgave te doen van de kostenverdeling, waarna de zaak zal worden voortgezet. De rechtbank houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Verzet gegrond voor deel van de kosten; gemeente krijgt gelegenheid nadere opgave te doen over kostenverdeling.