ECLI:NL:RBUTR:2007:BA3081
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en pensioenconversie bij echtscheiding
De rechtbank Utrecht behandelde de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen na echtscheiding, met bijzondere aandacht voor de pensioenrechten en levensverzekeringen. De vrouw heeft een ouderdomspensioen bij Rabobank Pensioenfonds, terwijl de man pensioen heeft opgebouwd bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro. Daarnaast zijn er twee levensverzekeringen die ter aanvulling van het pensioen van de man zijn afgesloten.
De man verzocht om toedeling van de polissen aan hem en afzien van pensioenverevening, dan wel conversie van de pensioenen. De rechtbank oordeelde dat pensioenverevening de hoofdregel is, maar dat de omstandigheden – met name het grote leeftijdsverschil en het pensioentekort van de man – een billijkere regeling vereisen. Daarom werd het subsidiaire verzoek tot conversie toegewezen en de vrouw veroordeeld tot medewerking.
Verder werden afspraken gemaakt over de verdeling van de woning, inboedel, voertuigen, spaargelden en andere zaken, waaronder het geboortebordje van de dochter dat aan haar werd toegedeeld. De vrouw moet een vergoeding betalen aan de man wegens overbedeling. De man moet de woning verlaten op de afgesproken datum en partijen dienen mee te werken aan de levering en afwikkeling van de verdeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het subsidiaire verzoek tot pensioenconversie toe en stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast met een vergoeding van €158.183,81 door de vrouw aan de man.