ECLI:NL:RBUTR:2007:BA5375
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid exclusieve afnameverplichting brandstoffen wegens strijd met EG-verordeningen
BP Nederland B.V. en een vennootschap onder firma (VOF) zijn in geschil over een exploitatieovereenkomst voor een tankstation aan de Cuneraweg te Rhenen. BP vordert ontbinding van de overeenkomst en ontruiming van het verkooppunt, alsmede schadevergoeding wegens het staken van de exclusieve afname van brandstoffen. De VOF voert verweer en stelt primair dat de exclusieve afnameverplichting nietig is wegens strijd met Europese mededingingswetgeving.
De rechtbank oordeelt dat de exclusieve afnameverplichting van vijftien jaar niet onder de groepsvrijstelling van de EG-Verordeningen 1984/83 en 2790/1999 valt, omdat de uitzondering voor situaties waarin de leverancier eigenaar of huurder is van het verkooppunt niet van toepassing is op de gemengde eigendomssituatie van het tankstation. De shop en het woonhuis zijn eigendom van de VOF en essentieel voor de exploitatie, waardoor de exclusieve afnameverplichting niet gerechtvaardigd is.
De rechtbank verklaart de exclusieve afnameverplichting nietig en wijst de primaire vordering van de VOF toe. De overige vorderingen kunnen niet worden beoordeeld zonder nadere vaststelling van de overeenkomst en worden aangehouden. De vordering tot voorlopige voorziening wordt afgewezen, en partijen worden opgeroepen tot een comparitie van partijen om verdere behandeling te bespreken.
Uitkomst: De exclusieve afnameverplichting in de overeenkomst is nietig verklaard wegens strijd met Europese mededingingsverordeningen.