ECLI:NL:RBUTR:2007:BA6897
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- E.C. Ruinaard
- A.J.P. Schotman
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens deelname aan criminele organisatie en auteursrechtinbreuk
De rechtbank Utrecht heeft op 11 juni 2007 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die was veroordeeld voor het medeplegen van het als beroep uitoefenen van auteursrechtinbreuk en het deelnemen als oprichter, leider of bestuurder aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven in de periode van 1 januari 1998 tot en met 16 juni 2001.
De ontnemingsvordering werd ingesteld na een uitgebreid strafrechtelijk financieel onderzoek dat begon in januari 2002. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €1.678.215,-, maar matigde dit bedrag met 10% wegens een periode van stilzitten van het openbaar ministerie, waardoor het definitieve bedrag op €1.510.394,- werd vastgesteld. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat tegen een medeverdachte geen ontnemingsvordering was ingesteld, en dat de redelijke termijn was overschreden. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de ontnemingsvordering tijdig was ingesteld en dat het openbaar ministerie ontvankelijk was. Verder werden argumenten over de rol van medeverdachten en de hoogte van het te ontnemen bedrag niet gegrond verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde voldoende tijd heeft om het bedrag te voldoen en zag geen aanleiding tot matiging van het te betalen bedrag. De opgelegde maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €1.510.394,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.