ECLI:NL:RBUTR:2007:BA7385
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontkenning vaderschap na overlijden juridische vader
De vrouw en haar overleden echtgenoot, de man, waren gehuwd en samen kregen zij een kind dat na het huwelijk werd geboren. De vrouw erkende dat de man niet de biologische vader was, wat ook aannemelijk werd geacht vanwege zijn eerdere sterilisatie. Ondanks deze wetenschap heeft de man zich als vader opgesteld door aanwezig te zijn bij de bevalling, aangifte van geboorte te doen, en zorg te dragen voor het kind.
Na het overlijden van de man dienden de erfgenamen een verzoek in tot ontkenning van het vaderschap. De bijzondere curator over de minderjarige adviseerde afwijzing van het verzoek, omdat het belang van het kind bij het bestaan van een juridische vader zwaarder woog dan het belang van de verzoekers.
De rechtbank oordeelde dat de man geen stappen had ondernomen om het vaderschap te ontkennen en dat hij zijn verantwoordelijkheid als vader had aanvaard. De vermelding in het testament dat hij het vaderschap ontkende, werd niet gezien als een wilsuiting om het vaderschap juridisch te ontkennen. Hierdoor was het recht op ontkenning door de man en zijn erfgenamen verwerkt, en het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap wordt afgewezen omdat de overleden man zijn vaderschap heeft aanvaard en het recht op ontkenning is verwerkt.