ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9389
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Delft-Baas
- H.M.M. Steenberghe
- A. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens nietigheid voorlopige dekking door verzwijging strafrechtelijk verleden
De zaak betreft een geschil tussen Ekris Utrecht B.V. en BMW Financial Services B.V. enerzijds en Achmea Schadeverzekeringen N.V. en Van Luin Assurantiën B.V. anderzijds over de uitkering van een verzekering na diefstal van een auto tijdens een voorlopige dekking.
De kern van het geschil is of er een voorlopige dekking tot stand is gekomen en of deze dekking nietig is wegens verzwijging van een strafrechtelijk verleden door de verzekeringnemer. De rechtbank oordeelt dat er een voorlopige dekking tot stand is gekomen tijdens een telefonisch onderhoud op 12 augustus 2003 en dat Achmea daaraan gebonden is. Echter, de verzekeringnemer heeft niet voldaan aan zijn mededelingsplicht op grond van artikel 251 Wetboek Pro van Koophandel door niet te melden dat hij kort tevoren was veroordeeld voor rijden onder invloed.
Deze verzwijging en het onjuist invullen van het aanvraagformulier vormen een grond voor nietigheid van de verzekeringsovereenkomst. Hierdoor is Achmea niet gehouden tot uitkering. De vorderingen van Ekris en BMW FS worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens nietigheid van de voorlopige dekking door verzwijging van strafrechtelijk verleden.