ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9407
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid exclusieve afnamebedingen in exploitatieovereenkomsten tankstations
In deze zaak staat centraal of de exclusieve afnamebedingen in de exploitatieovereenkomsten tussen Woerden B.V. en BP Nederland B.V. ondanks een looptijd van meer dan vijf jaar toch onder de groepsvrijstelling van Verordening 2790/1999 vallen. De vraag is van belang omdat dergelijke bedingen buiten de groepsvrijstelling vallen tenzij de brandstoffen worden verkocht op terreinen die eigendom zijn van de leverancier of door deze worden gehuurd van een derde.
De rechtbank stelt vast dat BP Nederland B.V. feitelijk de zeggenschap heeft over de tankstations die zij heeft opgericht en financiert, hoewel zij geen eigenaar is van de grond of de stations. De grond is eigendom van de Provincie Utrecht en wordt via Benschop B.V. aan BP verhuurd. BP draagt het investerings- en exploitatierisico en heeft exclusieve zeggenschap over de exploitatie gedurende de looptijd van de overeenkomsten.
De rechtbank oordeelt dat deze situatie onder de uitzondering van de groepsvrijstelling valt, omdat BP als leverancier feitelijk eigenaar is van de verkooppunten. De stelling van Woerden B.V. dat BP niet aan de voorwaarden voldoet wordt verworpen, evenals het betoog dat sprake zou zijn van een kunstmatige constructie om de looptijdbeperking te omzeilen.
Daarom zijn de exclusieve afnamebedingen niet nietig en worden de vorderingen van Woerden B.V. afgewezen. Woerden B.V. wordt veroordeeld in de proceskosten van BP, zowel in conventie als in reconventie. De vordering van Benschop B.V. in het incident tot voeging behoeft geen beslissing. De proceskosten in het incident worden aan Benschop B.V. opgelegd.
Uitkomst: De exclusieve afnamebedingen zijn geldig en de vorderingen van Woerden B.V. worden afgewezen.