ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9662
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Delft-Baas
- H.M.M. Steenberghe
- H. Phaff
- Rechtspraak.nl
Toepassing finaal verrekenbeding bij moord binnen huwelijk niet onaanvaardbaar
De zaak betreft een geschil over de toepasselijkheid van artikel 10 van Pro de huwelijkse voorwaarden tussen [eisende partij] en [gedaagde partij], waarbij de laatste haar echtgenoot, erflater, heeft vermoord. Artikel 10 regelt Pro een finale verrekening van het huwelijksvermogen bij ontbinding door overlijden, waardoor de langstlevende recht heeft op een waarde gelijk aan die bij gemeenschap van goederen.
De rechtbank stelt vast dat ondanks de moord door [gedaagde partij], het voordeel dat zij verkrijgt uit artikel 10 niet Pro voortvloeit uit de moord zelf, maar uit de huwelijkse voorwaarden. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 10 naar Pro maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken. De stelling dat moord per definitie een reden is om het verrekenbeding buiten toepassing te laten, wordt verworpen.
De rechtbank verwijst naar het verplegersarrest waarin zeer uitzonderlijke omstandigheden tot buiten toepassing van gemeenschap van goederen leidden, maar die zijn hier niet aanwezig. De primaire vorderingen van [eisende partij] om artikel 10 buiten Pro toepassing te laten en [gedaagde partij] geen aanspraak te geven op het voordeel worden afgewezen. De zaak wordt verwezen voor hoger beroep en verdere behandeling van overige vorderingen wordt aangehouden.
Uitkomst: Artikel 10 van de huwelijkse voorwaarden wordt ondanks de moord niet buiten toepassing gelaten.