ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9967
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. den Otter
- E.M. Tol
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijstelling en aanlegvergunning voor verkeersmaatregelen in Amersfoort
In deze zaak gaat het om een beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, waarbij op 11 oktober 2006 een vrijstelling is verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor verkeersmaatregelen in het gebied Berg-Noord. Dit besluit volgde na de vernietiging van een eerder besluit van 21 februari 2006 door de voorzieningenrechter, die oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was. De rechtbank heeft de aanvullende ruimtelijke onderbouwing van verweerder beoordeeld en vastgesteld dat deze voldoende was om de vrijstelling te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging door verweerder niet onjuist was en dat de vrijstelling van het bestemmingsplan gerechtvaardigd was, ondanks de bezwaren van eisers over de impact op het beschermd stadsgezicht.
De rechtbank heeft ook de verleende aanlegvergunning voor de kap van bomen en de aanleg van de rotonde beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de vergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de te beschermen waarden, aangezien verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de karakteristieken van het gebied en de wensen van eisers. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat het besluit van de gemeente standhoudt. De uitspraak benadrukt het belang van een goede ruimtelijke onderbouwing en de noodzaak om bij de uitvoering van plannen rekening te houden met de belangen van omwonenden.