ECLI:NL:RBUTR:2007:BB0055
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Moeder kan ondanks detentie gezag over kind blijven uitoefenen
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om Stichting NIDOS te belasten met de voogdij over een minderjarig kind, omdat de moeder sinds haar aanhouding op Schiphol gedetineerd is en het gezag niet zou kunnen uitoefenen.
De moeder is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 43 maanden en het kind verbleef aanvankelijk in een pleeggezin en sinds januari 2007 bij de vader. De Raad voor de Kinderbescherming en Stichting NIDOS uitten zorgen over de situatie van het kind, zoals de gebrekkige taalontwikkeling en de praktische ondersteuning die de vader nodig heeft.
De kantonrechter stelt vast dat de enkele detentie van de moeder niet automatisch betekent dat zij haar gezag niet kan uitoefenen. De moeder onderhoudt regelmatig telefonisch contact met het kind, de vader en de verzorgers, en er zijn mogelijkheden voor noodgevallen via de gevangenis.
De rechtbank concludeert dat de moeder niet in de onmogelijkheid verkeert haar gezag uit te oefenen en wijst het verzoek tot voogdijverlening af. De zorgen van de Raad voor de Kinderbescherming worden erkend, maar andere juridische maatregelen kunnen worden overwogen.
Uitkomst: Het verzoek om Stichting NIDOS te belasten met de voogdij wordt afgewezen omdat moeder ondanks detentie haar gezag kan uitoefenen.