ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1260

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
4 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
199115/ HAZA 05-1627
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aandelenlease: bewijs onvoldoende voor garantie teruggave inleg, eigen schuld 50%

In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van het totaal van haar maandelijkse betalingen aan Spaarbeleg, op grond van een aandelenleaseovereenkomst. Eiseres stelt dat zij telefonisch is gegarandeerd dat zij aan het einde van de looptijd haar volledige inleg zou terugkrijgen. De rechtbank heeft eiseres daartoe toegelaten tot bewijslevering.

Tijdens de bewijsvoering verklaart eiseres dat zij telefonisch een dergelijke garantie heeft ontvangen, maar er is geen ander bewijs ter ondersteuning van deze verklaring. Op grond van artikel 164 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een partijgetuige geen bewijs in eigen voordeel leveren, tenzij ter aanvulling van onvolledig bewijs. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet is geslaagd in haar bewijs.

De rechtbank acht Spaarbeleg aansprakelijk voor de schade van eiseres wegens het niet naleven van de zorgplicht, een onrechtmatige daad. De gevorderde hoofdsom wordt verminderd tot het door Spaarbeleg genoemde bedrag van EUR 3.589,64 aan rente, waarvan 50% wordt toegewezen wegens eigen schuld van eiseres. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten gematigd tot EUR 268,70 conform het liquidatietarief. Spaarbeleg wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen, de wettelijke rente en de proceskosten.

Uitkomst: Spaarbeleg wordt veroordeeld tot betaling van 50% van de gevorderde bedragen, incassokosten en proceskosten, met afwijzing van het overige.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rolnummer: 199115 / HA ZA 05-1627
Vonnis van 4 juli 2007
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
procureur mr. M. Lanen,
tegen
de naamloze vennootschap
AEGON BANK N.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
gedaagde,
procureur mr. B.F. Keulen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Spaarbeleg genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 januari 2007
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 20 april 2007.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1. Bij vonnis van deze rechtbank van 10 januari 2007 is [eiseres] toegelaten tot het bewijs dat Spaarbeleg, althans één van haar medewerkers, in een telefoongesprek heeft gegarandeerd dat [eiseres] aan het einde van de looptijd van de overeenkomst het totaal van de door haar maandelijks te verrichten betalingen zou terugkrijgen.
2.2. [Eiseres] heeft terzake zelf een verklaring afgelegd, die er kort samengevat op neer komt dat zij – nadat zij de folder van Spaarbeleg had binnengekregen – heeft gebeld met het nummer dat in de folder stond. Vervolgens heeft zij te horen gekregen dat zij de inleg in ieder geval terug zou krijgen.
2.3. Krachtens artikel 164, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een verklaring van een partijgetuige geen bewijs in diens voordeel opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.
Omtrent voormeld telefoongesprek en hetgeen daarin namens Spaarbeleg is medegedeeld aan [eiseres], is er slechts de verklaring van [eiseres] zelf en geen ander bewijs. Dat betekent dat [eiseres] niet is geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs.
2.4. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in het vonnis van 10 januari 2007 onder 4.3 tot en met 4.8 is Spaarbeleg aansprakelijk voor de schade die [eiseres] lijdt als gevolg van de onrechtmatige daad van Spaarbeleg, die eruit bestaat dat zij niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht.
2.5. [Eiseres] vordert EUR 4.038,82, zijnde het totaal van de door haar maandelijks verrichte betalingen. Spaarbeleg heeft bij conclusie van antwoord gesteld dat door [eiseres] in totaal aan rente EUR 3.589,64 is voldaan. Nu [eiseres] daar verder niet meer op heeft gereageerd en de door haar gevorderde hoofdsom ook niet correspondeert met hetgeen verder vaststaat over de hoogte van haar maandelijkse betalingen en de periode waarin [eiseres] die betalingen heeft verricht, zal de rechtbank uitgaan van het door Spaarbeleg genoemde bedrag. Conform hetgeen is overwogen in 4.21 van het tussenvonnis, zal de rechtbank daarvan 50 %; een bedrag van EUR 1.791,32, toewijzen.
2.6. Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten heeft Spaarbeleg subsidiair het verweer gevoerd dat deze zouden moeten worden beperkt tot 2 punten van het liquidatietarief conform het Rapport Voor-werk II. Nu niet gesteld of voldoende aannemelijk is gemaakt dat ten behoeve van [eiseres] werkzaamheden zijn verricht die een hogere vergoeding rechtvaardigen dan is aanbevolen in het rapport Voor-werk II, zal de gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden ambtshalve worden gematigd tot een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, met een maximum van 15% van de hoofdsom, zijnde EUR 268,70, te vermeerderen met rente zoals gevorderd.
2.7. Spaarbeleg zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, welke als volgt worden begroot:
- dagvaarding EUR 85,63
- vast recht 244,00
- salaris procureur 1.920,00 (5 punten × tarief EUR 384,00)
Totaal EUR 2.249,63.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. veroordeelt Spaarbeleg om aan [eiseres] te betalen een bedrag van EUR 1.791,32 (zeventienhonderd eenennegentig euro en tweeëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de helft van de maandelijks door [eiseres] uit hoofde van de overeenkomst aan Spaarbeleg betaalde bedragen telkens vanaf de dag van deze maandelijkse betaling, tot de dag van volledige betaling
3.2. veroordeelt Spaarbeleg om aan [eiseres] te betalen EUR 268,70 voor buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2005 tot aan de dag van volledige betaling,
3.3. veroordeelt Spaarbeleg in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 2.249,63,
3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2007.